Oh! Er staat een fout in je blog!

10 tips om fouten in je blogs te voorkomen marianne cantersOok ik maak me er schuldig aan. Soms zit ik zo in een vibe dat ik een eenmaal geschreven blog meteen online wíl gooien. Het blog brandt als het ware in mij. Ik wil dat artikel dan zo graag onder de ogen van mijn publiek krijgen! Ik schrijf niet al mijn blogs vooruit: soms komt er iets op mijn pad waardoor ik ineens die inspiratie krijg om een blog over een bepaald onderwerp te schrijven. Dat zijn de blogs waarbij ik ook echt de behoefte heb ze ook zo snel mogelijk te delen. Let wel: dit gaat vooral over de blogartikelen die ik schrijf voor mijn bedrijf. Gaat het om de blogs die ik schrijf voor mijn klanten, dan is het een ander verhaal.

Omdat ik dat van mijzelf weet, heb ik een lief leesmaatje. Maar soms kan en wil ik niet wachten, lees ik de tekst zelf nog een paar keer na en dan gaat mijn blog dus hoppa: online.

Dat er dan helaas nog een foutje in staat, heeft alles te maken met zo vaak naar een tekst kijken, dat mijn ogen de fout niet meer zien: mijn hersenen herstellen de fout voor mij. En zo gaat dat meestal ook bij jou (en bij je leesmaatje soms ook).
Je kent vast de letterspelletjes wel, die afbeeldingen waarbij je de fout moet ontdekken en die je dan gewoon niet ziet. Je leest over de fout heen. En je hebt vast ook ooit de woorden glzn wr alleen de medeklinkers vn zn gschrvn. Je weet gewoon wat er moet staan. Op deze manier kunnen je hersenen je als het ware foppen.

In dit blog geef ik je geen uitleg over hoe dat allemaal kan, maar ik geef je wel 10 tips hoe je fouten in je blog toch kunt voorkomen.

  1. Gebruik de spellingchecker van Word. Je kunt er niet feilloos op vertrouwen, maar check wel altijd de woorden waar Word de rode kronkelstreepjes onder zet. Gebruik je ook de grammaticacontrole van Word, let dan ook op wat die aangeeft. Check altijd goed, want ook Word kan verkeerde suggesties geven.
  2. Laat je blogtekst altijd een dag liggen en lees deze een dag later na. Wanneer het om echt lange teksten gaat, zoals een monsterblog, waar je lang op hebt gewerkt, dan mogen daar zelfs twee of drie dagen tussen zitten. (Dat geldt ook als je een e-book schrijft of werkt aan een boek dat je wil – laten – uitgeven.)
  3. Lees je blogtekst van achter naar voren (of van onder naar boven), woord voor woord. Als je dat doet, dan kijk je naar de woorden apart en lees je ze niet in zinsverband. Een tikfout is er dan snel uitgehaald.
  4. Lees je blog hardop voor. Wanneer je je tekst hardop voorleest, dan hoor je het vanzelf als zinnen niet lopen. Je gaat haperen. En ja, ik heb zelfs de boeken die ik heb geschreven hardop voorgelezen aan mijzelf, toen ze helemaal geschreven waren. Daar kun je wel een droge keel van krijgen.
  5. Laat je boek lezen aan proeflezers en je blogs aan een leesmaatje. Liefst eentje die goed is in spelling en grammatica, voor de d’s en dt’s bijvoorbeeld.
    Vergeet niet dat elke lezer een andere visie heeft op wat die leest. Ieder mens leest een tekst door een andere bril, waardoor andere dingen opvallen. Jij bent de auteur van het boek of schrijver van het blog, uiteindelijk bepaal jij[1] hoe je een woord schrijft (of de uitgeverij), of hoe je een zin opgebouwd wil hebben.
    Ga ook niet zomaar op iedereen af. Mensen kunnen helaas ook goedbedoeld en met zekerheid van een goed geschreven woord een fout woord maken.
  6. Print je blog uit. Door je tekst op papier na te lezen, kijk je toch weer anders naar je tekst. Door je blog te printen haal je er vaak alsnog foutjes uit die je eerder niet hebt gezien.
  7. Google is NIET je beste vriend! Als je twijfelt of een woord wel goed is geschreven, check woordenlijst.org. Hierin staat alle woorden opgenomen in de juiste schrijfwijze. Je vindt er zelfs alle werkwoordvervoegingen (d, t of dt) in terug. Google is een zoekmachine die je resultaten geeft van websites, die lang niet allemaal geschreven worden door tekstspecialisten. Als Google suggesties geeft vanuit www.onzetaal.nl of andere taalwebsites, dan kun je daar wel op vertrouwen. Klik dan ook door voor de uitleg, zodat je ervan kunt leren.
  8. Blijf schrijven en laat kritiek op je foutjes je niet afschrikken. Wees dankbaar als lezers je erop wijzen: het is niet negatief bedoeld, ze willen je echt behulpzaam zijn. Leer ervan. Verbeter je tekst zo snel als mogelijk is. Dat kan gelukkig heel snel als je zelf je website beheert. Zoek de spellings- en grammaticaregels na (ook gezien de laatste zin van punt 5). Ontdek zo je zwakke punten en wees daar extra opmerkzaam op.
  9. Zorg dat je als schrijver en blogger de Schrijfwijzer van Jan Renkema in huis hebt. Het is mijn Schrijfbijbel en heel gemakkelijk te gebruiken als je iets op wil zoeken. De index achterin (achter in?) het boek is echt top!
  10. Werk met een contentplan en schrijf vooruit, zodat je ruim de tijd hebt om je blogs goed na te (laten) kijken. Doordat je je blogs vooruit gaat schrijven, heb je ruim de tijd om ze na te kijken en ook nog eens na te laten kijken. Maak bijvoorbeeld steeds een contentplan voor drie maanden. Met 1 blog per week kom je op 12 blogs. Plan schrijfdagen in, in de weken voorafgaand aan dat kwartaal, waarin je die 12 blogs gaat schrijven.

bloggen voor je bedrijf personal branding fouten voorkomen tekstschrijver geldrop eindhoven[1] Jij wil of jij wilt is allebei goed Nederlands bijvoorbeeld. Jij (of de uitgever van je boek) bepaalt dus welke vorm je in je tekst gebruikt. Gebruik de gekozen vorm wel steeds op dezelfde manier.

Meer lezen over dit onderwerp?
Lees dan ook:
https://www.tekstgericht.nl/taalhulpmiddelen/

Wil jij je schrijfskills verbeteren en ook de manier waarop je je online presenteert? Laat je dan door mij coachen in het online expertprogramma. Let op: tot 30 augustus kun je je nog opgeven voor de deelname aan de speciale groep van 10 voor een enorm lage prijs!